|

|
1)
De regenworm maakt zich heel dun, rekt zijn kop wat uit en duwt hem in
de grond. Zo lijkt hij wel een boormachine
|
|
Het
lichaam van de regenworm bestaat uit allemaal dezelfde stukjes. Die
worden segmenten genoemd. De voorkant is spits, hier zit de mond. De
regenworm voelt glibberig. Toch heeft hij harde haartjes op z'n buik
waarmee hij vooruit kan kruipen. Laat er maar eens een op een papiertje
kruipen en luister goed! |
 |
 |
2)
Een, twee, hop! Hij trekt zijn segmenten samen en maakt zich dik. Zo
duwt hij de aarde aan de kant. |
|
|
|
 |
3)
Oeps! Hij trekt zijn lichaam samen, zodat zijn staart dichter bij het
gat komt. |
|
De
regenworm leeft onder de grond. Hij eet de dode blaadjes en stengeltjes
die op de grond liggen. Omdat ze veel eten, poepen ze ook veel. De
drolletjes van een worm lijken op dropsliertjes. |
 |
 |
4)
En we beginnen opnieuw! |
|
 |
Rondom
het lichaam ligt een speciale ring. Die heet "zadel". Hierin
worden de eitjes gelegd. Elke ringworm kan eitjes leggen want een worm
is een mannetje en vrouwtje tegelijk! In de lente gaan ze vrijen: ze
liggen dan naast elkaar: de kop van de een bij de staart van de ander.
Zo blijven ze wel 3 tot 4 uur lang liggen. De zaadjes van het man-
netjes-stuk van de ene worm gaan dan naar het zadel met de eitjes van de
andere worm. Nu zijn de eitjes bevrucht en na een week kruipen er kleine
wormpjes uit. |
| |

Wormen
kunnen wel 10 jaar oud worden. De meeste halen dat niet, want er zijn
veel dieren die wormen lusten, zoals mol, merel en kikker.
 |
|